Rosas  25 februari 2011 

We rijden naar het noorden. ’s Morgens gaan de chauffage en de jeans weer aan. Zo’n 1200 km zijn we nog van huis maar we kunnen absoluut niet voorspellen hoelang we daarover zullen doen. ’t Hangt o.a. van het weer af en hoe we gezind zijn. Bovendien maak ik af en toe ruzie met de gps. Dan krijgt Leo het op z’n zenuwen en komen we op plaatsen waar we helemaal niet wilden komen zoals in een winkelwandelstraat!!
Dit zal waarschijnlijk ons laatste mailtje zijn. Ten eerste ben ik de Millennium trilogie van Stieg Larsson aan ’t lezen en al mijn ‘vrije’ tijd gaat daar naartoe. Ten tweede is onze maand vodafone bijna voorbij. We beginnen nu aan enkele dagen zonder internet. Dus… nu nog vanuit het zonnige Rosas in Noord Spanje, volgende keer vanuit een koud Affligem. Dat veronderstellen we althans.

 

Denia 21 februari 2011 

Onze Musvakantie heeft een andere wending genomen. De reisgids van Andalusië is opgeborgen en die van de Costa Blanca doe ik gewoon niet open want ik beloofde Leo dat het gedaan is met ommetjes. Geen toeristische bezienswaardigheden meer. We gaan rustig noordwaarts. Nu is het alleen nog zoeken naar leuke plekjes aan zee en daarin zijn we al twee dagen geslaagd. Toen ik Leo vroeg of dit voor hem ‘vakantie’ was, zei hij dat zijn vakantie pas begint als hij aan zijn boot kan gaan werken. Hij droomt er ’s nachts al van. Dus, begin maart hopen we weer in België te zijn.
Onze laatste toeristische bezoeken waren de grotwoningen van Guadix en de decors van Studios Fort Bravo. In de ‘woestijn’ van Tabernas bij Almeria zijn heel wat legendarische westerns opgenomen. Het saloon, de bank, het fort… hebben de filmmakers gewoon achtergelaten. En de zon was alweer van de partij zodat het allemaal nog wat echter leek. In het saloon hebben we zelfs wat cowboy’s zien neerschieten.

 

Granada  17 februari 2011

Granada by night, dat vergeten we nooit. Op de camping schreven we ons in voor een nachtelijke wandeling door de Albayzin (oude wijk) met zicht op het verlichte Alhambra, gevolgd door een flamenco optreden. Het mini busje was goed op tijd. Maar we hadden niet kunnen vermoeden dat we door de Albayzin zouden wandelen in de gietende regen, onder een paraplu, achter de gids die vertelde dat de Unesco deze wijk als werelderfgoed had verklaard. De  bewoners doen in hun huis wat ze willen maar de buitenkant moet blijven zoals die al eeuwen is. Normaal gezien moesten we ons verplaatst voelen in de tijd maar we voelden ons eerder verplaatst in de ruimte. België, in de regen. De smalle straatjes, geplaveid met keitjes in prachtige motieven, waren veranderd in beken. Doorweekte schoenen, natte jeans! En regenafvoer van de daken was enkele eeuwen geleden ook niet fameus. In het donker waren de waterspuwers niet te vermijden. Dus af en toe gutste het water in je nek. Maar we kwamen zoals beloofd aan de Iglesia de San Nicolas met ‘adembenemend’ uitzicht op het Alhambra. De flamenco bleek uiteindelijk zambra te zijn, een variatie op de traditionele dans die hier ontstond in de grotten van de Sacromonto. Het dansen en vooral het stampen van de zigeuners maakte toch wel indruk want na het derde nummer zei ik tegen Leo: “Ik vind het spijtig dat ze niet zingen.” Waarop Leo: “Hoor je dat gejank niet van diene dikke met zijn lang haar?”
Vandaag bezochten we het Alhambra by day. Ik ga kort zijn: 4°C, nat, doorweekt stadsplan, rottende plattegrond en foto’s van onder de paraplu. Bijna drie uur liepen we door het Alhambra maar op het einde hadden we alleen nog maar oog voor de pijltjes ‘salida’. (uitgang)
Leo heeft voorlopig genoeg cultuur. Alleen de pilsjes van het merk Alhambra kan hij nog verdragen.


Torre del Mar  13 februari 2011 

De rots van Gibraltar beklommen we met de fietsjes. Niet aan te bevelen. Je moet voortdurend opzij voor de toeristentaxi’s. Maar we zijn toch bij de apen geraakt en als fysische oefening kan het zeker tellen.
Daarna stond Ronda op het programma. Tijd voor ons Mus om te laten zien dat ze kan klimmen. De sierra’s (gebergtes) waarin de peublos blancos (witte dorpen) liggen zijn tot 1400 m hoog. Haarspeldbochten, omhoog, omlaag en als er een tegenligger kwam hield ik mijn adem in. Een witte lijn op de uiterste rand van de weg was vaak het enige dat ons scheidde van de diepte. De omgeving was prachtig maar je moest je ogen op de weg houden want verkeersborden met vallende stenen en overstekend wild mag je hier letterlijk nemen. Driemaal moesten we remmen voor berggeiten die overstaken. Gelukkig hoefde ik zelf niet te rijden.
Wat Ronda betreft moeten we de reisgidsen gelijk geven. Het zicht op de brug en vooral vanaf de brug over de kloof is adembenemend. Bijna in elk straatje is er een museum. Wij kozen Casa del Rey Moro. Daar kan je via 365 treden, niet naar boven, maar naar beneden. Je weet, onze fysiek… De Moorse koning liet er een geheime trap uithouwen in de rotsen, tot beneden in de kloof, bij het water. Net als de slaven destijds daalden we af in een nauwelijks verlichte spelonk. Een doolhof. Ik waande mij in de ‘Lord of the Rings’ en verwachtte achter elke hoek een dwerg of trol. Geen panorama beneden. Maar het diepe heldere water, de smalle kloof en de blauwe lucht helemaal bovenaan hadden iets sprookjesachtig. Dan weer terug naar boven, gelukkig zonder liters water.
Voor we Ronda verlieten bezochten we nog de arena van de stierenvechters. Niet dat we daar fan van zijn maar het is één van de oudste en mooiste van Spanje. Eén torero heeft er ooit het leven gelaten in de arena van Ronda.  

En nu gedaan met de bergen. We gaan wat rondhangen aan de zee.

  

La Linea de Concepcion  9 februari 2011

We zijn in Tarifa geweest, oog in oog met Afrika, aan de ene kant de Atlantische Oceaan, aan de andere kant de Middellandse zee. En net op het zuidelijkste plaatsje van Spanje trapte Leo zijn rechterpedaal van zijn fietsje, schroefdraad beschadigd… Maar ondertussen fietsen we toch weer.
Van de extra grote golven merkten we niet veel, maar toen we gisteren in de branding speelden voelden we het wel. Ik ben door de golven tweemaal omver gekegeld en Leo die wat dieper in zee durfde heeft er een schaafwonde aan overgehouden. We waren naar de camping te Zahara de los Atunes afgezakt omdat we dringend onze WC moesten lozen. Zalige plek. Kilometers strand aan de voordeur voor ons alleen. Geen wind, lekker warm. En bij de avondwandeling kregen we een verrassende show van een ruiter die met zijn hengst oefeningen deed in de duinen. We misten in Jerez de la Frontera de paardenshows van de Koninklijke Andalusische School voor Paardrijkunst omdat we er op de verkeerde dag waren maar dit was zo mogelijk nog beter. Het paard danste zijwaarts naar links en naar rechts, staart omhoog, hoofd naar omlaag, vlak voor onze neus. Op het einde klapten we in onze handen en de ruiter maakte een buiging. Het paard kreeg klopjes in de nek. Onvergetelijk.
Nu kijken we door onze openstaande deur op de rots van Gibraltar. Wat een kanjer! En wij dachten het Verenigd Koninkrijk te bezoeken met onze fietsjes! We zien morgen wel. 

Chipiona 6 gebruari 2011

Chipiona vinden wij een heerlijk plekje. We blijven hier twee nachten om te bekomen van Sevilla. Ons Mus staat op een steenworp van de zee tussen campers en caravans, gratis, zomaar in de natuur. Geen buildings hier, geen restaurants, enkel een houten barak op het strand waar we twee cafés con leche en een koffiekoek kregen voor drie euro. Dit is voor ons meer genieten dan een terrasje in Sevilla. Eigenlijk blijft Leo liever ver weg van een stad maar ik wilde de kathedraal met de Giralda toren zien. De toren van 97 m hoog was vroeger een minaret. Volgens het telsysteem waren we  met 198  mensen op de toren. Geen enkel probleem. Hier geen smalle draaitrappen maar een hellende gang want Emir Abu Jacub, die de toren in 1171 liet bouwen, wilde met zijn paard naar boven kunnen. Na de kathedraal sleurde ik Leo ook nog mee naar het Alcazar. Nu wil hij de eerste dagen geen stad meer zien.
De mensenmassa van Sevilla stond in fel contrast met onze dagen daarvoor. Donderdag wandelden we door de moerassen van de Odiel en vrijdag liepen we met onze verrekijker in het natuurpark van Doñana naar vogels te speuren: ooievaars, flamingo’s, reigers, kwakjes…
Vandaag houden we gewoon strandvakantie. Fietsen, wandelen en luieren. Leo knipte 5 cm van mijn haar en ik ben tevreden over het resultaat. Daarna knipte ik Leo zijn haar maar hij is minder tevreden. Het zal wel weer groeien.

 

Punta Umbria  2 februari 2011

Leo is al goed verbrand in zijn gezicht. Medina Azahara heeft het hem gelapt. Zahara was de lievelingsvrouw van kalief Abderrahman III. Hij liet in 936 voor zichzelf en Zahara een residentie aanleggen buiten Cordoba. Medina Azahara werd een paleisstad met ongekende luxe en pracht. In 1013 werd de stad al verwoest. Wij liepen dus in een ruïne, een doolhof van kamers, gangen, tuinen, pleinen en her en der heropgerichte muren met zuilen en bogen. Dank zij een audiovisuele voorstelling die we vooraf kregen konden we ons met gemak 1000 jaar verplaatsen in de tijd. Een ommetje waard vertelde onze reisgids, en dat was het ook. Maar we kunnen niet alle ommetjes maken die men voorstelt, want dan zijn we een een half jaar onderweg.
Na de cultuur en de archeologie wilden we nu wel eens even naar zee. We vonden een mooi plekje voor de nacht aan het standbeeld van Columbus (Colon) te Huelva. En vandaag bezochten we de Sancta Maria, de Tinta en de Niña, de karvelen waarmee Colon naar Amerika voer. Nagebouwd weliswaar maar wel op ware grootte. Pet af voor Colon. Als we mogen kiezen varen wij toch liever met onze She.
Morgen staat het natuurreservaat van Doñana op ons programma.

 

Cordoba 31 januari 2011

 We hebben al één plaats, met een a als eindletter, van ons lijstje afgewerkt. Als men ons vroeg wat onze bestemming was dan antwoordden we: Cordoba, Sevilla, Ronda en Granada.  Lezend in de reisgidsen komen er altijd meer a’s bij: Huelva, Doñana, Rabida, Almeria…

Vandaag was het dus Cordoba. Van op de camping ‘El Brillante’ vertrokken we met een ‘verkeerde’ lijnbus. We werden dus ‘ergens’ in Cordoba gedropt. Dankzij ons stadsplan en ons oriëntatievermogen raakten we na een half uur wandelen aan de moskee. We kenden de hoefijzerbogen en marmeren zuilen van de reisgidsen maar wisten niet hoe we ons de kathedraal moesten voorstellen. Die is dus echt midden in de moskee gebouwd maar gedeeltelijk open zodat je van tussen de zuilen, in de kathedraal kan kijken en omgekeerd. De kathedraal is mooi maar gelukkig hebben ze toch niet de hele moskee afgebroken want die maakt een overweldigende indruk. De Mezquita is vandaag bovendien nog steeds de grootste gewijde plaats van de islam, op Mekka na. Maar Mekka staat niet op ons verlanglijstje.

Morgen vertrekken we richting Huelva, ons meest westelijke punt. En dan gaan we rustig langs de zee richting oost.

 

 

 

Voorbij Madrid 29 januari 2011 

We zijn vertrokken naar het zuiden maar er kwam wel wat overleg aan te pas. Leo dacht aan een klein aanhangwagentje voor het duikgerief maar ik stelde mijn veto. De plooifietsjes wilde ik dan wel graag mee, aan de achterdeur, maar Leo vond dat ons Mus dan het uitzicht van een camper kreeg. Als goede Belgen vonden we natuurlijk een compromis. Met wat creativiteit kregen de fietsjes een plaats in de Mus. Het duikgerief bleef thuis maar we hebben wel een surfpak en snorkelgerief mee voor als het ‘kriebelt’. Voorlopig is het echter bibberen. Te Blois, waar we sliepen aan de oever van de Loire was het 2°C maar wel erg mooi.
Gelukkig was de temperatuur in de uitlopers van de Pyreneën ook boven nul, zodat we alleen maar regen kregen en geen sneeuw. Sneeuw zagen we wel op de toppen rond onze camperplek in Legazpi, 70 km over de Spaanse grens. En nog veel meer sneeuw zagen we vandaag ten noorden van Madrid. De Spanjaarden hebben echter goed gestrooid, de wegen waren sneeuwvrij.

Deze nacht slapen we, bij gebrek aan camperplaatsen in de streek, gewoon bij een appartementsgebouw in Ocana. Ze hebben hier wel tralies voor de ramen. Ons Mus heeft dat niet… Sinds enkele dagen wel kettingen op alle deuren.

Morgen richting Cordoba.


Affligem 14 november 2010

De Camargue zonder laarzen, dat gaat. Er zijn paden voor wandelaars en fietsers. Gemotoriseerd mag je er ook op. Tenminste, als je een licht voertuig hebt en als het droog weer is. Zo vertellen toch de waarschuwingsborden.

Er stonden wel plassen maar de zon scheen. Dus namen we, met onze ‘lichte’ Mus, de kiezelweg richting Phare de la Gacholle. Volgens de GPS reden we door zee. Het laatste stuk naar de vuurtoren liepen we te voet maar niet alleen. Zo’n 200 pelgrims, met op kop een groot kruis, liepen een eind voor ons. Ingetogen kon je het niet noemen. Er waren jonge mannen bij met gitaren. Zij vormden huppelend en dansend de achterhoede. Volgens de kaart trokken ze naar Stes Maries de la Mer, 15 km dwars door de Camargue. Ter ere van 11 november?

We hebben even van de Rhône monding kunnen proeven en komen ooit nog wel eens terug naar de ‘Algarve’. Leo vergiste zich maar wat later riep ik dat er nog meer ‘pinguïns’ waren. (flamingo’s) We zullen dat maar bij de normale ouderdomsverschijnselen rekenen zeker. Zolang we beiden even snel aftakelen vinden we dat er niets aan de hand is.

Ondertussen zijn we weer veilig thuis na een nachtje Avignon en Bourg-en-Bresse. We eindigen onze herstvakantie zoals we begonnen zijn, in de regen.

 

Port-St-Louis-du-Rhône  10 november 2010 

Er kwam een krachtige wind opzetten en het ene front na het andere trekt voorbij. Daarom beslisten we zondag onze laatste duik te doen. Alle duikspullen zijn gedroogd en ingepakt. Maar we rijden nog niet direct noordwaarts, nog even wat rondhangen in het zuiden.

Voor het eerst gebruiken we nu onze campergids. De camperplek te Greasque bij een oude mijnsite was een oase van rust. Spijtig dat het museum net op dinsdag gesloten was. De nacht daarna sliepen we te Carro met ons gezicht naar zee. Ik probeerde foto’s te maken van de machtige golven. Maar dat bulderend geweld en opspattend schuim kan je moeilijk in een stilstaand beeld vastleggen. Leo heeft wel mooie foto’s van de havenkatten maar niet van dat ene moment toen ik er eentje in mijn armen had. Ze spartelde zo hevig dat ik haar maar direct de vrijheid gaf. De krabben van de kat in St. Cyr zijn nog maar net genezen.

Vandaag zijn we toegekomen in Port-St-Louis-du-Rhône. Onderweg kregen we her en der al een voorsmaakje van de Camargue. De verlatenheid van de uitgestrekte moerassen, de roze flamingo’s, afgelegen cabannes in het water, overstroomde wegen… Benieuwd of we hier zonder laarzen op verkenning kunnen.

We staan nu weer op een niet officiële plaats omdat dit plekje veel leuker is dan de camperplaats. Door de open schuifdeur kijk ik op het kanaal van Port-St. Louis naar Golfe de Fos. We staan tussen vissers op amper een meter van het water. Als er een boot voorbijvaart klotsen de golven tegen de oever die ter hoogte van onze Mus al wat afgekalfd is. Ik weet nu al waarvan ik deze nacht ga dromen. 

 

St. Cyr sur Mer 7 november 2010 

Lief en Jos zijn aan hun trek naar het noorden begonnen met nog een ommetje langs de Camargue. Onze laatste dag samen was wel onvergetelijk. Jos stelde voor een uitstap te maken naar calangue de Sormiou. Toevallig zijn de calangues tussen Marseille en Cassis mijn lievelingsstreek. Volgens de wandelkaart konden we daar bovendien een drie sterrenwandeling maken naar Bec de Sormiou. We waren het vlug eens ook al is het in de omgeving van Marseille niet zo veilig een camper of auto achter te laten. We zouden proberen zo ver mogelijk bij ons doel te komen met de campers. De toegang naar de calangue (soort fjord) loopt over een pas. In het hoogseizoen mogen enkel bewoners de pas over. ‘Gepensioneerden’ hebben het voordeel tijdens het laagseizoen op stap te gaan. Wij mochten er dus over. Maar of we dat ook durfden?? Toen we van boven op de pas de diepte inkeken vonden de vrouwen dat dit enkel geschikt was voor gewone auto’s of nog liever 4x4, zeker niet voor campers. De mannen wilden wel verder. Daar gingen we. Tipi voorop, de Mus erachter. De haarspeldbochten waren maar net te doen, de diepte gaapte. Soms was de weg erg steil en soms erg smal. We kwamen gelukkig heelhuids beneden. Het was een paradijs. Kristalhelder water, rust, een handvol huizen, een haventje… Na die avontuurlijke afdaling bleek de wandeling ook niet alledaags. Drie sterren moet je verdienen. Het was een zwarte wandeltocht met een hoge moeilijkheidsfactor. De beloning was wel in verhouding. Adembenemend. Kortom een dag om te koesteren.

De duiken verlopen ook naar wens, mooie duikplaatsen. Leo gaat regelmatig naar – 40 m. Ik blijf dan een tien meter boven hem hangen. Ik heb me voorgenomen niet meer dieper dan – 30 m te gaan. We hebben ons ook een parachute aangeschaft. Niet om naar beneden te gaan maar om te stijgen. Als de boot niet voor anker gaat blazen we de parachute op. Als ze vanop de boot de parachute zien komen ze ons oppikken.

We hadden ook al enkele keren het voordeel dat ik de enige vrouw aan boord was. Dan hebben Leo en ik al de vrouwendouches voor ons twee terwijl ze bij de mannen staan te drummen. Zalig.

 

Ciotat  5 november 2010

Sinds mijn zus Lief en Jos hier toegekomen zijn is er heel wat veranderd. Reeds voor hun aankomst hield de regen er mee op. En de stille avonden hebben plaats gemaakt voor uitbundig ‘bijbabbelen’. Als de wijn is in de man komen de tongen los. Wat de wijn betreft zijn we ons aan ’t verbeteren. Jos en Lief bezochten wat ‘wijnboeren’ om het op zijn Vlaams te zeggen. Nu zit de kans erin dat we in ’t vervolg niet meer naar de cave coöperative zullen gaan om onze voorraad in te slaan.

We hebben ook een paar nieuwe leuke plekjes ontdekt om gratis te overnachten. Lief en Jos gaan op verkenning, zwemmen, doen wandeltochten en terrasjes. Leo en ik doen onze duiken en tussendoor verslinden we stripverhalen aan de lopende band. Jos werkt in de stripbibliotheek te Meise en heeft een voorraad mee.

Vandaag is het een duikvrije dag. Mus en Tipi (onze campertjes) staan in de zon op enkele meters van de altijd bewegende zee. We zagen gisteren de zon ondergaan boven Ciotat. Daarna gingen de lichtjes aan op het land, op de boten en aan de hemel. Prachtig decor om te overnachten. Vanmorgen was de golfslag het eerste wat we hoorden. Zalig.

Leo ontdekte dat we hier internet hebben. Dus vlug een mailtje.

 

St. Cyr sur Mer    1 november 2010

 We kunnen het nog. Onze eerste duik zit erop.

Als je vooraf met lood en flessen sleurt denk je wel eens: “Wat een sport!” Maar als je daarna tussen vissen en begroeide rotsen zweeft weet je weer waarom je zo nodig je hoofd nog eens onder de waterspiegel wilde steken. Een spiegel was het niet echt. Er stond heel wat deining maar Patrick legde de boot op een rustige plek en alles verliep vlekkeloos. Omdat ik de cardioloog beloofde geen overbodige risico’s te nemen gingen we niet dieper dan 24 m en deden onze opstijging nog langzamer dan gewoonlijk.

Nu zitten we weer lekker na te genieten bij een drankje en de foto’s. Ons onderwater kodakske doet het ook nog steeds.

We hebben maar één probleem en dat is de luchtvochtigheid in onze Mus binnen de perken houden. Het regent al drie dagen onophoudelijk. De straten zijn beken want de riolering hier in St. Cyr is niet te vergelijken met die van ons in België. Laarzen zouden welkom zijn maar voor een herfstvakantie in het zuiden had ik dat niet voorzien.

We missen dus de zon en ik mis ook Trèse die 36 jaar mijn moeder was. Vorig jaar schreven we nog sms-jes waarop zij en onze va altijd enthousiast reageerden. We hadden het hier zo goed, met de hele familie samen, op de camping à la ferme “Bij de boerin”…

We komen je overal tegen Trèse, we blijven aan je denken.

 

Home Page

 

Home Mus     Logboek Foto's Berichten (oude)