Anduze
22 november 2012
Onze laatste plaats aan zee was Stes. Maries-de-la-Mer. Twee
jaar geleden, op 11 november, kon je daar op de koppen lopen. Nu
was het heerlijk rustig en de zon was, na twee dagen wolken,
weer van de partij. Zalig!
De toren van de kerk, daar mochten we niet op want die stond in
de steigers. En het levensgrote beeld van een stier bij de
arena, daar mocht je ook niet op. Ik had het nochtans graag
gedaan voor een foto. “Kijk eens hoeveel vet er aan zijn edele
delen hangt,” zei ik tegen Leo. “Kijk eens hoeveel vet er op
zijn rug hangt,” zei Leo tegen mij. En hij voegde er nog aan
toe: “Om er niet op te kruipen.” En toen wilde hij ook nog weten
of ik altijd eerst naar de ballen kijk.
De kerk daar mocht je wel in en dat was een verrassing. Buiten
een heel licht en sober gebouw en binnen aardedonker. De ramen
zijn eerder schietgaten. Heel de bedevaartkerk is volgepropt met
schilderijen, beelden, kaarsen, info… Als je alles wil bekijken
en lezen ben je een tijdje zoet. In de crypte heb ik een kaars
laten branden voor al onze dierbaren.
Stes. Maries-de-la-Mer was een aardige plaats maar Leo schoot
niet op met de muggen, die het, zoals altijd, vooral op hem
gemunt hadden. De dag nadien trokken we dus weer verder, nu naar
het noorden, langs de Petit Rhone. Na een oponthoud in St.
Gilles hebben we nog even Anduze aangedaan, uit nostalgie. Zowat
heel mijn familie heeft hier ooit gekampeerd. We klommen naar
het kasteel van Tornac, kochten wijn in de cave, bewonderden het
pagodefonteintje en zwierven langs de Gardon, te voet en ook per
Mus.
Nu gaat het rustig huiswaarts. Er zijn dingen die op ons
wachten.
Palavas-les-Flots
18 november 2012
We slapen al enkele nachten bij havens. In Sainte Marie-Plage
stond er een duidelijk verbodsbord voor mobilhomes maar we
durven dat soms negeren, zeker als er nog bestelwagens staan.
Dan zijn we voor de gelegenheid geen camper. Een discreet
plaatsje zoeken, even afwachten, een wandelingetje… En als
niemand ons wegjaagt blijven we staan.
De camperplaats van Cabanes de Fleury, aan de monding van de
Aude, ligt midden in een prachtig natuurgebied. Aan de
rechteroever, waar wij stonden, waren de houten steigers
kramakkelig, maar wel schilderachtig. De aanloop van de rivier
leek me te doen. Ik moet altijd even aan onze She denken als we
bij een haveningang staan. Sommige haventjes die we zagen zou ik
liever niet aanlopen.
Nu staan we op de grote, comfortabele camperplaats van
Palavas-les-Flots. Aan de bemande receptie vertelden twee
vrouwen ons, dat enkel campers toegelaten waren en we moesten
het kunnen bewijzen met een officieel document. (Onze camouflage
lijkt het dus prima te doen!) Wij terug naar de Mus achter ons
inschrijvingsbewijs. Daarop staat ‘kampeerwagen’. Het kostte Leo
trouwens heel wat geloop om dat woordje daar te krijgen.
‘Kampeerwagen’ is het Nederlands woord voor ‘Camping-car’
vertelden we. Maar ze waren nog niet overtuigd. Er moest
tenminste één raam zijn. Dus ging Leo met één van de vrouwen
naar de stuurboordzijde van onze Mus waar het grote raam zit.
En toen mochten we ons inschrijven. (Jaak, misschien toch maar
een raam steken in uw camionette?)
Gezellig plekje hebben we, met zicht op bootjes, eenden, meeuwen
en af en toe een witte reiger. Er is elektriciteit, er zijn
warme douches en er is ook heel wat te zien in Palavas.
Daarstraks zaten we 45 m hoog op de ‘Phare de la Mediterranee’.
We blijven nog een nachtje.
Argelès-Sur-Mer
14 november 2012
Het geluid van de branding in Leucate maakte plaats voor het
huilen van de wind. De Tramontane? Krachtige wind alleszins want
onze Mus stond te dansen. En, landwind, want alle golven waren
verdwenen, geen gespeel meer met planken in de zee. Wij
verplaatsten ons rijdend huis naar de oevers van l’ Etang de
Leucate. Leo zorgde ervoor dat we vanuit de ‘living’ zicht
hadden op het meer, dat we wel de zon binnen kregen maar niet de
wind. Dat we niet altijd 100 % waterpas staan, daar kunnen we
mee leven.
Gisteren, in Port Vendres, zagen we de zeilboten driftig aan hun
landvasten trekken, piepende fenders, heen en weer wiegende
masten… Oef, blij dat ik nu niet in een rollend huis hoef te
wonen. Een wat speciale haven, daar in Port Vendres,
oceaanreuzen, vissersboten en pleziervaart, vlak bij elkaar. En
op de kade netten, meters hoog, zoals we er nog nooit zagen. Het
rode havenlicht op zijn hoge stalen poten, vonden we ook wel
iets hebben.
Maar nomaden trekken verder. Vandaag bezochten we Collioure en
nu slapen we ‘wild’ bij de haven van Argelès-Sur-Mer. Vanuit
onze Mus zien we het groene en rode licht van de haveningang
pinken.
Leucate
10 november 2012
Onze herfstvakantie is dit jaar vooral relaxen in het zachte
zuiden, niet te ver van België. We slenteren in de Languedoc van
de ene plaats naar de andere. Waar we ons goed voelen blijven we
nachtje langer, zeker als er wat te wandelen valt. Gruissan
kreeg van ons een paar sterren: bootjes kijken, klimmen naar de
kasteelruïne boven het oude stadje, wandelen naar het
schiereiland van de cabanes (paalwoningen) en… een mooi gelegen
camperplaats met warme douches.
Nu staan we in Leucate, ook niet mis. Overdag kan de deur open
zodat we de musjes tot vlak voor onze Mus kunnen lokken met
broodkruimels. We amuseren ons daar geweldig mee. Een halve
baguette hebben ze al weggepikt. En Leo ontdekte dat ze geplette
kattenbrokjes ook een lekkernij vinden. Voor de rest kijken we
naar de golven, drinken een glaasje wijn, lezen wat en we
klommen ook tot op de kaap. Als ’s avonds de surfers weg zijn
hebben we het strand voor ons alleen. Geen geluiden, alleen de
branding.
Gruissan
7 november 2012
Dinsdag deden we een trektocht door de Camargue, maar niet op
eigen benen. Leo had me zover gekregen een ‘Promenade a cheval’
te doen. Bij de inschrijving vroeg men naar onze ervaring. Geen!
Pas de problème. Voor de tocht van 1 uur waren we wel te laat en
dus werd het eentje van 2 uur. Eén begeleidster voorop,
daarachter Leo op Gauloise, dan ik op Napoleon en na mij nog
drie onervaren ruiters. Toen de paarden zich in beweging zetten
vroeg Leo nog waar de ‘start’ en ‘stop’ knop zaten. Maar we
moesten helemaal niets doen, de paarden zouden braafjes op een
rij de gids volgen. Tot we bij het eerste struikgewas kwamen, de
gids stapte verder maar onze paarden gingen eigenwijs de
struiken in en begonnen te eten. “Laat ze niet eten, kom in een
rij!” Net alsof wij wisten hoe we dat moesten doen.
We liepen drie kwartier door moerassen, door zand, modder, water
en langs bossen. Buiten het feit dat Leo z’n portefeuille op de
grond viel, verliep alles vlot. Dan liepen we drie kwartier
langs de zee. Dat was best impressionant en spannend want er
lagen bergen opgewaaid zand met daartussen waterpartijen. Bergaf
deed Napoleon het altijd heel voorzichtig en als we bergop
moesten liepen de paarden even. Soms zakten ze met hun hoeven
diep in het zand en soms waadden ze tot aan hun knieën door het
zoute water. De mistral deed het spatwater meters wegvliegen.
Van het rondvliegend zand hadden we deze keer geen last,
daarvoor zaten we hoog genoeg. Of de paarden het leuk vonden
weet ik niet maar ze snoven regelmatig. Na de gure wind aan zee
waren de beschutte moerassen een verademing. Toen we terug bij
de stallen kwamen, toonde Gauloise zich de slimste. Hij stapte
zonder aarzelen de hooischuur binnen, onder luid protest van Leo
weliswaar. Wat wil je, met een groentje op je rug kan je eens
buiten de lijntjes.
Ondertussen zijn we een dag verder. Met nog wat stijve spieren
zijn we afgezakt tot Gruissan in de Languedoc. Stralende zon,
mooie camperplaats. We kunnen van hier de Pyreneeën zien.
Aigues-Mortes
5 november 2012
Zaterdag kwamen er wolken en wind en golven en uiteindelijk ook
regen. De boot ging goed te keer toen we uitvoeren om te duiken.
Gelukkig was de duikstek wat beschut en hoewel we ook onder
water heen en weer zwierden werd het toch een verrassend, mooie
duik in een afwisselend onderwaterlandschap met veel vissen.
Maar we besloten het hier bij te laten omdat men voor zondag nog
meer wind voorspelde. Met wat spijt in het hart namen we
afscheid van Patrick. We vinden het knap dat de prijzen voor de
bootduiken al drie jaar niet gestegen zijn, zeker nu, met de
duurdere brandstofprijzen en de investering van de nieuwe boot.
We voelen ons hier thuis. Tot de volgende keer dan maar…
Ondertussen blijven we wel wat rondhangen in Zuid-Frankrijk.
Zondag overnachtten we in Greasque waar we het mijnmuseum
bezochten. De tachtigjarige gids, een ex-mijnwerker,
maakte het bezoek de moeite waard. Bij het zien van antraciet
moesten we terugdenken aan onze kindertijd. Elk gezin had een
steenkoolkachel. Wat hebben wij de wereld zien veranderen!
En nu gaan we slapen in Aigues-Mortes met zicht op de omwalling.
Het was gezellig slenteren in de smalle straatjes en bij het
standbeeld van Louis IX probeerden we ons voor te stellen hoe
het eraan toeging toen men hier vertrok op kruistocht.
St.
Cyr sur Mer 2 november 2012
Ondertussen is het hier ‘blote armen weer’. Geen verwarming meer
nodig en als we op de boot zitten met ons duikpak aan zijn we
blij dat we in het water mogen om af te koelen. 18° is het
zeewater. Daarmee zijn we meer dan tevreden. Twee duiken hebben
we al gedaan. Gisteren doken we op Les Rosiers bij Ciotat. Als
je het ons vraagt één van de mooiste duikplaatsen hier. Je kan
er tot 45 meter diep maar dat hoeft niet, want op 20 meter is er
ook al veel leven. Het probleem was dat mijn duikcomputer geen
kik gaf dus had ik er geen idee van hoe diep we zaten, hoe lang
we daar nog veilig konden blijven, hoe lang we al weg waren…
Gelukkig duik je nooit alleen en ik moest dus blindelings
vertrouwen op Leo en zijn computer. Af en toe nam ik zijn arm
wel eens vast om te kijken hoe diep we zaten. Voor het inpakken
van het duikgerief vertrouwt Leo dan weer op mij. Ik overloop
mijn lijstje en ben dan zeker dat ik niets vergeet. Bleek dat
ik, dit jaar, de vinnen van Floris meeheb in plaats van Leo zijn
vinnen. Daar is Leo niet zo gelukkig mee, want hij kan er minder
snelheid mee maken. Voor mij is dat dan weer beter. Ik kan hem
makkelijker volgen. Maar ik mag niet klagen. We doen het heel
relax en blijven de hele tijd dicht bij elkaar. Ook het stijgen
met de parachute vandaag, ging voorbeeldig. En mijn computer
werkt weer. Leo heeft hem opengedaan, gereinigd en een nieuwe
batterij geplaatst. Er was water in gekomen.
Het is hier druk in de duikclub. Patrick vaart met de twee
boten. De ene komt toe, de andere vertrekt. De grote houten boot
‘Pilote Garnier’ waarmee ik in 1987 voor het eerst dook is op
pensioen. Ze hebben een nieuwe ‘L’Aquanaute’, super snel, met
twee motoren van 250 pk. We hebben al van het comfort mogen
proeven.
31
oktober 2012 St. Cyr sur Mer 31 oktober 2012
Door ronddwarrelende herfstbladeren zijn we naar het zuiden
getrokken. Mijn vader heeft de bladeren nog zien verkleuren,
maar de kale bomen zal hij niet meer zien. We waren bij hem,
twee weken geleden, toen hij vertrokken is voor zijn
allerlaatste rit. Het was dus met een speciaal gevoel van
heimwee dat ik de zo vertrouwde plaatsen, als in een film,
voorbij zag schuiven: Ardèche, Cevennes, de Var…
Niets beter om tot rust te komen dan er tussen uit te trekken,
de Mus, Leo en ik, geen verplichtingen, alles nemen zoals het
komt. Voor het vertrek had Leo de Mus nog even onder handen
genomen, een waxbeurt, een tweede zonnepaneel en schotjes in de
kasten om het keukengerief beter op zijn plaats te houden. En
voor haar tiende verjaardag kreeg ze ook nog nieuwe remmen
vooraan. We deden het onderweg heel relax, lang slapen, tijd
nemen om uitgebreid te eten en we vonden rustige
overnachtingsplaatsen. Eén keer sloeg de schrik ons om het hart
toen er plots een auto vlak voor ons de weg opdraaide, we zaten
nochtans op een voorrangsbaan (N7). Dit was de zwaarste noodstop
uit al onze Mussenjaren. Maar de Mus stopte extra kort met
rokende banden. Oef! En geen rondvliegend meubilair. Van de
waksbeurt is niet veel meer te merken omdat we modderige
binnenbaantjes kozen bij een omleiding. En de zonnepanelen zijn
momenteel zo goed als werkloos. Het stormt hier, 8 tot 9 bft en
soms 10. Gelukkig noord, dus zitten we wat beschut achter de
Alpen. Mer très forte. Voorlopig geen duiken
20 december 2011
Millery
Zaterdag stapten we van op de gratis camperplaats langs de
Sorgue, stroomopwaarts, naar de wonderlijke bron. We vonden ze
op het einde van een smalle, hoge canyon. Een groot gat met
daarin stilstaand water. Klinkt niet spectaculair. Maar als je
weet dat het hier om een verticale trechter gaat van 308 m diep,
dan bekijk je het met andere ogen. Van in 1878 zijn duikers
afgedaald om de geheimen te ontsluieren. Alleen in de lente en
de herfst stroomt het water hier naar buiten. Wij waren omgeven
door stilte. Toen we bij het terugwandelen het water weer
hoorden bruisen ben ik over het hekken gekropen om te zien of ik
één van de constante bronnen kon vinden. Horizontale
vertakkingen van de trechter laten het water heel het jaar de
vrije loop.
Fontaine de Vaucluse was een goeie plek om nog even te
vertoeven. Daarna trokken we elke dag een stukje noordwaarts
richting België. Dat voelden we. ’s Morgens ontwaken met ijs op
de voorruit of sneeuw op het dak. Vandaag reden we de hele dag
door dichte mist maar hier in Millery kwam de zon nog even
tevoorschijn, net genoeg voor een zonsondergang in de Moezel.
Morgen naar Affligem!
16 december 2011 Fontaine de Vaucluse
Volgens de weerberichten krijgen we vandaag een koufront over
ons. Het heeft al wat geregend maar gisteren scheen de zon nog.
Die raakte echter niet tot bij ons omdat we op de steile
noordflank van het Massief de la St. Baume zaten. We volgden een
stukje van de GR 9, een klim van 240 m naar het bedevaartsoord
van de heilige Madeleine, een kerk in een grot. Unieke ligging
en prachtig panorama, zelfs zonder zon. En goed voor de
conditie. Eveneens voor onze conditie, gingen we dinsdag
baantjes trekken, in het zwembad van Sanary. Voor zo’n
gelegenheden heb ik altijd badmutsen mee, maar dat was niet
verplicht. Groot bad en lekker warm. Heerlijk. Ik heb ook even
aan mijn vroegere job moeten denken. Een juf liet haar kinderen
op de bus stappen na het schoolzwemmen en ondertussen zwaaide ze
met een handdoek en een paar kousen. Dat hebben we dus gemeen
met de Fransen.
De Var hebben we al achter ons gelaten. We zijn nu in Fontaine
de Vaucluse. Morgen gaan we op zoek naar de mysterieuze bron van
de Sorgue.
St. Cyr
sur Mer 11 december 2011
Van de Italiaanse Riviera ging het naar de Côte d’ Azur en nu
zijn we weer in de Var aanbeland. Het voelt een beetje zoals
thuiskomen. Patrick van het duikcentrum kende ons nog en we
boekten meteen een duik. Deze morgen om negen uur stonden we
paraat, zonder kerstmuts weliswaar. De andere duikers hadden er
wel allemaal één op. Het was wat frisser dan in november maar we
hadden het toch nog behaaglijk in onze 7mm pak. In Kroatië zagen
we geen enkel duikcentrum dat open was. We hadden bovendien
helemaal niet de behoefte in het water te gaan, wegens te koud.
Misschien beschermen de Alpen dit gebied? In ieder geval is het
hier veel zachter. In St. Tropez deed ik aan zeewandelen. Tot
aan de heupen in het water en zo een tijd door de zee stappen.
Daarna lekker drogen en opwarmen in de zon. Voor gewone
wandeltochten is het nu ideaal. We wandelden een stuk van de
sentier littoral in St. Tropez en we klommen naar de kapel van
Notre Dame du Mai op Cap Sicié. Een nachtwandeling bij volle
maan deden we ook, en nee, Leo verandert niet meer in een
weerwolf.
Diano Marina 6 december 2011
Op onze weg naar de Italiaanse rivièra maakten we nog een
ommetje langs Mornese. Een plaatsje in de bergen waar ik
absoluut naartoe wilde om me nog even dicht bij Zr. Odette te
voelen. In mei dit jaar ging ze van ons heen, veel te jong.
Mornese was voor haar een magische plek waar ze met veel liefde
over sprak. Ik wilde de sfeer ook wel eens proeven. Leo bleef in
de Mus. Kloosters zijn niet echt zijn ding. Ik belde aan bij de
zusters en zei via de parlofoon: ‘Visita, casa, Maria Mazzarella’.
Als je overal een a achter zet klinkt het Italiaans. De poort
ging open en een kwartiertje later zat ik bij zes
supervriendelijke zusters aan tafel voor het middagmaal. Prettig
als je deel uitmaakt van die grote Don Bosco familie. Ze hadden
begrepen dat ik nog een ‘amigo’ had en Leo moest mee naar het
geboortehuis van Maria Mazzarello, de stichteres van de zusters.
Daarna ging het naar de kerk, dan handendrukken en arrividerci.
Van in Mornese was het ongeveer 50 km tot aan de Middellandse
Zee maar de gps koos binnenbaantjes. Eerst borden die
waarschuwden voor bochten, vallende stenen, putten… dat zijn we
gewoon. Dan borden, verboden voor vrachtwagens van 5 ton,
verboden voor voertuigen van meer dan 9 meter, afbrokkelende
bermen… Dan word ik ongemakkelijk. Toen Leo vroeg of ik foto’s
wilde maken van de smalle bergweg had ik daar absoluut geen
behoefte aan. De zon was trouwens al achter de bergen en dan
wordt het vlug donker.
We zijn nu alweer onze 2de nacht aan zee en vooral de
zachtere temperaturen doen deugd.
Novi Ligure 4 december 2011
Leo en ik voelen ons goed, op, in, of dicht bij de zee. Maar nu
doen we het met de Po. Dat is ook veel water, heel veel water.
Komt het door de wekenlange tocht van Lief en Jos langs de Loire?
Ik raakte in ieder geval in de ban van de Po en ging op de kaart
van Italië zoeken naar de bron. Die ligt in de Alpen tegen de
Franse grens. Daar willen we nu niet zijn want we hebben geen
winterbanden. Maar we komen de Po regelmatig tegen op onze tocht
naar het westen. Zaterdag zochten we een gerestaureerde
watermolen. We vonden de Mulino sul Po, maar niet op de oever,
hij dreef op het water. Nooit gezien! Spijtig genoeg was hij
niet in werking. In de cafetaria meenden we wel een lichtje te
zien. Een uiterst vriendelijke, zware, dame deed de deur open en
ratelde er op los. We haalden onze hele woordenschat boven ‘bon
jorno, aperto, chiuso’ en kregen twee koffies. Ze deed er grote
stukken cake bij. ‘grazie, arrivederci’
Een rustig plekje voor de nacht vonden we aan de kerk van
Felonica, een nietig dorpje langs de Po. Terwijl Leo kookte liet
ik in de kerk (12de eeuw) een kaarsje branden. Hier
tenminste nog echt vuur en geen elektrisch lichtje. Toen ik
terug aan ons Mus kwam begon het te regenen. Dat komt ervan als
je kaarsen laat branden, zei Leo.
Deze morgen pikte ik nog de Italiaanse zondagsmis mee en daarna
reden we uren door dichte mist. Maar we kunnen wel tegen een
stootje na al die weken zon.
Mesola 2 december 2011
Leo wilde het San Marco plein wel eens met eigen
ogen zien en dus liepen we op 1 december door Venetië. Voor mij
was het de tweede keer maar Venetië blijft steeds opnieuw
bekoren. Elke straat, plein, kerk, brug, gondel… heeft
verrassende details en een eigen verhaal. Je kan er blijven
ronddwalen. Voor de kampeerders onder jullie wil ik graag de
camping op Fusina aanbevelen, rustig gelegen en elk uur vaart er
een boot naar Venetië. Voor 10 euro kan je heen en weer. Leo
vond wel dat het geluid van de motor niet helemaal OK was en hij
was ook niet lovend over de stuurman. Verder vond hij het niet
eerlijk dat ik niet gilde als er boten rakelings naast ons
voeren. Als hij aan het roer staat doe ik dat dus wel.
En vanmorgen gilde ik toen hij over een berg zand reed. We
sliepen op een parking die half onder het duinenzand verstopt
was. Leuke plek om slipoefeningen te doen vond Leo. Zoals een
kind dat graag in de plassen loopt, liet hij de Mus geen
ommetjes maken rond de zandhopen. Gelukkig raakten we niet vast.
Later op de dag liet hij ons Mus nog stuntjes uithalen want ik
wilde de monding van de Po zien. We hebben zowat 100 km door de
delta gereden, langs hele kleine dorpjes, naast lagunes,
rietvelden, dijken, akkers, vissersbootjes…
Cavallino Treporti 29 november 2011
Borden om aan te duiden dat campers niet welkom zijn kennen we
ondertussen in alle talen en vormen. Maar hier in Cavallino, bij
een kleine parking in de duinen met zicht op zee, stond een bord
waar we even werk mee hadden. De Italiaanse uitleg sloegen we
over. Gelukkig was er ook Engels. Campers mogen hier staan als
ze: alleen maar met 4 wielen de grond raken, als er niets vuil
gemaakt wordt en als er geen uitsteeksels zijn zoals open ramen
of trapjes. Wij voldoen aan al de voorwaarden en staan hier
helemaal alleen. Heerlijke plek.
De voorbije nacht stonden we op de Don Bosco camping bij Lido di
Jesolo, ook helemaal alleen. Het was niet alleen de naam die ons
aangetrokken had maar nog meer de douches. We waren de enige
klanten maar de uitbater zorgde voor warm water. En de katten
van de camping lustten de Kroatische brokjes maar wilden niet
gestreeld worden. Leo had dat al snel begrepen maar ik heb een
vinger in de pleisters.
Zondag waren we te Grado, meer water dan land, kanalen, bootjes
alom en ook een gezellig stadscentrum. Op de camperparking
ontmoetten we een Duits stel, dat al zes jaar onderweg was met
een omgebouwde vrachtwagen. Moest Leo geld te veel hebben dan
wilde hij ook zoiets…
Mali Losinj 24 november 2011
Ondertussen hebben we ons Mus ook eens over de Adriatische zee
laten varen. We bezochten het eiland Cres en namen daarvoor de
ferry van Krk naar Cres. Het noorden van Cres is eigenlijk één
groot natuurpark. De inheemse vale gieren zijn er beschermd. We
hebben grote vogels zien zweven maar we zagen nog meer schapen.
Je snapt niet hoe ze iets van eten kunnen vinden tussen de
rotsen. We zitten hier in het land achter Gods rug. Toen God
bijna klaar was met het scheppen van de aarde smeet hij alles
wat hij nog over had op een hoop (Den Doolaard). Stenen hebben
ze hier genoeg. Een paar olijfbomen of wijnstokken zijn altijd
omgeven door muren van kunstig gestapelde stenen.
Drage
22 november 2011
De camping in Stobrec is het hele jaar open en heeft alle
voorzieningen maar er is geen toeloop van overwinteraars zoals
in Spanje. We stonden met z’n vieren aan het strand in de zon:
wij, de Belgen, de Australiërs, de Duitsers met de megacamper en
de Zweden. De Duitser kwam regelmatig een babbel doen en
trakteerde met zijn zelfgebrouwde schnaps waarvan Leo niet dronk
maar ik wel! Na tien dagen zon kwamen de wolken en iedereen
vertrok behalve de Zweden. Wij trokken naar het natuurpark van
Krka. Niettegenstaande de bewolking, was de wandeling langs de
meertjes, stroomversnellingen en watervallen toch de moeite. In
het begin durfde ik nog wel eens afwijken van het plankenpad
maar nadat we het infopaneel over de slangen zagen, bleef ik
braafjes op de weg.
Ondertussen hebben we al viermaal geslapen op gesloten campings.
Hier in Drage kwam de uitbater even langs, na zijn kantoorbaan.
Vriendelijke man. We mochten gratis blijven staan maar gaven
toch een fooi. Het was een heerlijk plekje aan een beschutte
baai, ’s nachts pikdonker en muisstil. Vanuit de Mus zagen we de
lichtflitsen van een zuidboei. Leo voelde zich direct thuis.
Stobrec
(Split) 20 november 2011
Kroatië heeft in november wel toeristen. Blijkbaar zitten ze
allemaal in Dubrovnik. Ze komen er toe met bussen, met
cruiseschepen, maar niet met campers. Die worden al ver voor de
oude stad vriendelijk verzocht weg te blijven. Gelukkig vonden
we een prima oplossing. Van op onze picknick plaats, hoog boven
de stad merkten we dat je via een wandelpad naar beneden kan.
Afdalend hadden we bovendien een prachtig zicht op de oude
stad. Net als alle andere toeristen slenterden we langs de
fraaie monumenten en we liepen alle kerken in en uit. Dat ze de
stad na de bombardementen van 91 en 92 zo mooi konden
herstellen, daar kunnen we alleen maar bewondering voor hebben.
We sloten ons bezoek af met een wandeling van bijna 2 km over de
vermaarde omwalling. De mensen beneden leken wel mieren.
Dubrovnik had ook een minder prettige verrassing voor ons. We
dachten de veerboot te nemen naar Bari in Italië. Op die manier
konden we ook de Italiaanse kant van de Adriatische Zee proeven.
Maar het kantoor was leeg. Uiteindelijk vonden we iemand van de
douane die een beetje Engels sprak en vertelde dat de veerdienst
naar Bari twee weken geleden stopte. Zuid-Italië zal voor een
andere keer zijn. Terug richting noord door Kroatië dan maar
Stobrec
(Split) 18 november 2011
We volgen al enkele dagen de E 65, de ‘Magistrale’, geen
autosnelweg maar de Kroaten vlammen er op los. Niet gezellig als
je weet dat de snelheidsbeperkingen regelmatig van 90 naar 60,
naar 50, 30 of 20 springen. We zitten dus nogal eens met een
vrachtwagen aan onze bumper gekleefd. Nochtans, de politie is
hier wel actief, gewapend met speedgun. Maar afgezien van dit
alles is het een prachtige kustweg. Bij Makarska reden we langs
bergen tot 1700 m hoog met hun voeten in de zee. Impressionant.
Met de zon er nog bij is dat genieten.
Genieten van de zon deden we ook op de camping bij Split. Voor
het eerst haalden we onze zeteltjes uit om buiten te zitten. We
hebben veel geluierd, gewandeld, terrasjes gedaan, gelezen… Maar
we bezochten ook de Romeinse ruïnes van Salona. Het leek er weer
op dat we de hele nederzetting voor ons alleen hadden tot we bij
de resten van een basiliek kwamen. Er zaten twee jonge moeders
en hun peuters speelden voetbal op de plaats waar verschillende
christelijke martelaren aan hun eind kwamen. Wie loopt er hier
over 1000 jaar?
Split
15 november 2011
We wisten dat je in Kroatië niet wild mag kamperen. In Istrië
kregen we vroeger al eens nachtelijk bezoek van de politie. Nu
moet je weten dat we geen problemen hebben met campings, ware
het niet dat ze hier bijna allemaal gesloten zijn. Maar de
voorbije nacht sliepen we in Tribanj (streek Zadar) toch op een
gesloten camping. De hele kleintjes hebben geen poorten of
slagbomen en dat hadden we natuurlijk opgemerkt. We vonden een
knus plaatsje op twee meter van de zee. Na een tijdje kwam er
nog een sprinter toe. Een Oostenrijker met zijn vriendin. Ze
kenden elkaar nog maar één week. Het klikte en hij wou haar
Dubrovnik laten zien. Dus even heen en weer met een sprinter
zonder accommodatie. Als herinnering aan deze speciale
ontmoeting namen zij een foto van ons en wij eentje van hen, op
de springplank boven de zee. Bij het afscheid nog wat wensen
wederzijds en dan verder naar het zuiden. Prachtige route!
Deze keer was de camping, bij Split, die we vooraf selecteerden,
wel open. Vier sterren, aan de zee, internet… Hier blijven we
even.
Krk
13 november 2011
Krk leek een verlaten stad, tralies voor de winkeltjes en meer
katten dan mensen op straat. Straatjes die bovendien zo smal
waren dat de zon niet de kans kreeg om alles wat op te
vrolijken. En denk maar niet dat er beschutting was voor de bora.
De kerken waren op slot maar we deden nog een poging om de
Romeinse mozaïeken te vinden. In een kil straatje van amper een
meter breed vonden we het kleinste café dat we ooit zagen en
bestelden twee koffies om op te warmen. De eigenaar, kop en nek
groter dan wij, begon ijverig over ‘zijn’ mozaïeken te
vertellen. Na de koffie nam hij ons mee naar ‘zijn’ museum.
Prachtige mozaïek van Triton, de onderwatergod? Eens was dit de
vloer van een bad. We dwaalden terug in de tijd. Ook de elfde
eeuw bezochten we maar dan wel in de Lucia-kerk te Baska. Daar
vond men een grote steen met glagolitische tekens. Een Kroatisch
schrift. Voor ons twee werd het video-zaaltje geopend en na de
film gingen we met een gids naar de kerk. Dat allemaal voor
amper drie euro. En ik vermoed dat we de enige klanten waren die
dag.
Maar het meest zijn we toch onder de indruk van de natuur die
hier vele gezichten heeft, van onherbergzaam tot lieflijk,
water, eilanden, bergen… altijd verrassend. Leo moet op de
onmogelijkste plaatsjes parkeren omdat ik foto’s zou kunnen
nemen.
Krk
11 november 2011
De overnachting te Les Issambres zullen we niet vlug vergeten.
Nog maar eens een onweer met alles erop en eraan. De stortregens
die niet van ophouden wisten en de windvlagen die de Mus lieten
schudden maakten dat we weinig sliepen. Gelukkig stonden we ’s
morgens nog netjes op vier wielen. Later, boven Monaco, leek het
alsof de rukwinden ons van de baan wilden blazen. Met
duizelingwekkende afgronden naast je, is dit niet bepaald
ontspannend. Te Menton was de brandweer druk doende om keien te
ruimen die de golven op de rijbaan smeten. En van Genua hadden
we al genoeg rampbeelden gezien op internet. Daarom trokken we
de bergen in, weg van de zee. Het traject naast de wildkolkende
Roya was spectaculair met rotsformaties waar mijn dochter
geoloog wild van zou worden. Na de bergen volgde de Povlakte,
met de zon deze keer. Een verademing.
Venetië lieten we rechts liggen. Slovenië ging vlot, maar aan de
grens voor Kroatië wilde men toch de Mus inspecteren. Ze
geloofden blijkbaar niet dat het een camper was.
En nu zitten we op het eiland Krk. Op het eerste zicht een
paradijs maar er blaast een venijnige wind. De bora!
Les Issambres 7 november 2011
De Var kent de zwaarste overstromingen sinds 20 jaar. We hebben
het weer goed weten te vinden. Gelukkig is voor ons de last
beperkt gebleven tot rukwinden, stortregens, donder en bliksem…
Meestal vonden we een beschut en veilig plekje voor de nacht.
Maar hier op de camperplaats van Les Issambres staat ons Mus te
schudden in de wind. We staan zeker 100 m van de zee maar het
schuim vliegt soms tot hier. Leo dacht een meer beschutte plaats
te nemen op een lager niveau maar de uitbater wilde dit niet.
Sommige mensen hier, moesten hun lager gelegen huizen al
verlaten.
Gelukkig gaat de wind af en toe liggen en blijft het ook wel
eens enkele uurtjes droog. We slaagden er zondag zelfs in een
stuk van de sentier littoral, op Presqu’ile de Giens, te doen
samen met de zon. En ons Mus hoefde nog niet door het water te
rijden behalve die ene keer toen ik dichter bij de flamingo’s
wilde komen.
Volgens het weerbericht komen er nog twee ‘moessondagen’.
St.
Cyr sur Mer 5 november 2011
Op Allerzielen begon het te regenen.
Voor het duiken maakte dat niet veel uit. Nat word je toch. Er
kwam ook een forse wind opzetten. Maar toch waren de duiken
aangenaam en comfortabel. Een hele boot, voor maar zes duikers.
Zalig! Het waren wel allemaal ervaren duikers en telkens werd er
gedoken zonder anker. In het blauw naar beneden en in het blauw
naar boven, zonder houvast. We worden er ervaren in. En Leo kan
het al zonder handen. We waren al te water gegaan toen hij zijn
blote handen toonde. Ik riep naar de schipper: “Leo a oublié ses
mains!” Onmiddellijk werden zijn handschoenen gesmeten. Er zal
nog wel gepraat worden over de Belg die zonder handen dook. Een
andere keer werden we gedropt op – 29 m. Toen we na de ‘korte’
duik vertelden dat we liever niet zo’n diepe duiken doen,
omwille van het gaatje in mijn hart waren de mededuikers akkoord
om de volgende dagen ondiepere locaties op te zoeken. Maar
vrijdag zorgde een 7 tot 8 bft ervoor dat de boot in de haven
bleef.
Mijn zus Lief en Jos stuurden smsjes over wolkbreuken, rivieren
buiten oevers, omgevallen bomen, donder bliksem… maar ze kwamen
toch heelhuids in St. Cyr sur Mer.
Zaterdag kregen wij ook ons deel van het noodweer. Jos en Leo
waren, met Tipi, in Ciotat, op zoek naar voordelig mobiel
internet terwijl mijn zus en ik vanuit de Mus naar de surfers
zaten te kijken. Plots barstte de hel los. De golven werden
afgeplat door stortregens, het zicht werd nihil, de Mus stond te
schudden, de bomen probeerden te overleven… Toen Leo en Jos veel
later terug kwamen hadden wij al bijna een fles wijn achterover
geslagen.
Afwachten maar wat de weergoden de volgende dagen zullen
brengen.
1 november 2011 St. Cyr sur Mer
Onze She staat op het droge, Mussentijd dus.
Na 5 maanden prius met automatische versnellingsbak was het even
wennen: met de handrem vertrekken op een helling, ontkoppelen,
versnellingen… Voor Leo natuurlijk geen probleem, rijden is één
van zijn favoriete bezigheden. Hoewel ik me liever laat rijden,
stond ik er toch op ook wat kilometers voor mijn rekening te
nemen, kwestie van het niet af te leren.
Het duiken zijn we ook nog niet afgeleerd. Alhoewel de eerste
duik best spannend was. Op de boot merkte ik dat de slang van
mijn ontspanner tekenen van sleet vertoonde. Je wil het niet
meemaken dat die onder water ontploft. Vraag het maar aan mijn
zus. Ik begon dus al ongerust aan mijn duik. En na zoveel duiken
met ons twee, speelden we het toch klaar elkaar onder water, op
20 meter diepte, te verliezen. De scheiding duurde gelukkig maar
enkele minuten.
Ondertussen is de slang van mijn ontspanner al vervangen en de
tweede duik op Les Rosieres bij Ciotat was heerlijk ontspannend.
Boven water is het hier momenteel ook genieten van een zalig
zuiders weertje.